Wandeling
Ik ging naar een plek wandelen vandaag. Het was de bedoeling dat ik om elf uur zo vertrekken zodat ik lekker vroeg aan zou komen. Dit lukte niet, het werd een uur of half drie voor ik vertrok. Ik liep naar buiten, tas op en kwam langs de supermarkt, waar ik een chocola kocht. Ik zag er tegen op om zo'n eind te lopen bij de Albert Heijn. En daar stond Djonie naast me met haar blauwe haren. Ze ging naar de kapper, we hadden toevallig gisteren samen thee gedronken, erg gezellig om haar over de vloer te hebben, kan ik me toch nog een beetje thuis voelen. We stolen een bord van straat, zongen liedjes die we zouden instuderen want we gaan binnenkort optreden in de stad, daarvoor waren we aan het oefenen. 'Hey, fijne wandeling Freddy.' zei ze en liep de andere kant op. Dat was een leuke minuut. Ik liep verder, ukulele mee, straatje door, tussen de mensen en de markt, door de Diezerstraat, de winkelstraat en langs Slava die stond te spelen op zijn gitaar. 'Kakdilla?' vroeg ik.
'Het gaat goed met mien.' hij speelde bijna elke dag op straat. Ik liep door naar een zijstraatje, het bruggetje over, het fietspaadje langs het kanaal; jongens stonden te vissen. Ik lachte naar een paar mensen en kreeg ook een paar glimlachen terug, ze liepen allemaal door en een hond die daar stond liep naar me toe. Ik aaide het over de kop. Het duurde een poosje voordat ik in het ritme kwam. Ik liep onder een tunneltje door en moest erg nodig pissen. Ik hield het op en zette de druk in mijn blaas om in stappen vooruit, het was de volgende stap. Het was de volgende stap. Het was de volgende stap. Ik drukte mezelf voorwaarts. ik kwam in een nog mooier ritme. Ik keek alleen maar vooruit, strak vooruit en zette gewoon de volgende stap. Er was een hardloper in een geel pak die me tegemoet kwam op het fietspad op de dijk. Hij stak zijn duim in de lucht. Ik stak mijn vlakke hand naar hem uit, hij deed hetzelfde; high five! En ik liep door in hetzelfde tempo, maar nu met een lach op m'n gezicht. De dijk was lang en het fietspad eindeloos. Er waren weilanden links en rechts en elektriciteitskabels. De lucht was grijs en duister en de boerderijen waren kaal, er was weinig inspiratie op dit terrein. Ik moest nog steeds pissen. Ik liep nog even door en kwam bij een elektriciteitshuisje. Ik bleef mijn pis ophouden, en het liet me harder lopen. Tegelijkertijd was ik ook heel lief en zacht voor m'n lichaam. Ik had muziek op mijn koptelefoon. Dus ik haalde mijn leuter uit mijn broek en liet het stromen, en de muziek sprak: 'ik heb zalen doen leeglopen.' terwijl ik helemaal leegliep, het was zo'n bevredigende plas. ik sproeide om me heen en voelde de druk verminderen. Ik liep verder langs het kanaal, blik vooruit gericht, kwam een dorpje in met een paar typische dorpswoningen, los van elkaar. Ik kwam tot leven, zag een bankje en ging even zitten met chocola dat ik at. Ik at als een hamster met mijn voorpoten aan de chocola. Er kwamen wat auto's voorbij, het was donker. Ik liep weer verder, en verder en er kwam geen einde aan. Mijn aandacht was op zonnige zomerse plekken, ver van waar ik was. Ik probeerde steeds het ritme weer op te pakken, maar hoe meer ik het probeerde, hoe minder het lukte. Ik liet het los en kwam in het ritme terecht. Ik had een piemel. Ik had een hart, een mond. Ik had mijn tas met mais en drinken. Het miezerde buiten en ik beeldde me in dat ik op reis was, wandelend naar een verre warme plek en dat ik zo een warm vuurtje ging maken en een kopje kruidenthee van wilde planten zou zetten, schuilend onder mijn tentdoek. Met een boekje. Maar ik had ook zin om lekker te schrijven in een cafeetje, lekker warm tussen de mensen. Dus ik nam de trein van Heino terug naar Zwolle, dronk een biertje thuis, een douche en ging naar een cafeetje om te schrijven. Ik ga lekker wat dansjes wagen in Zwolle.
Reacties
Een reactie posten