Ik zit hier op mijn, mijn eigen kamertje. Schrijven werkt beter als ik ergens anders ben. Maar er is meer dan dit, en ook al ben ik een beetje moe, ik schrijf maar heb er geen zin in. Dus ik doe het niet. Ik ga lekker een filmpje kijken. 

Nee ik zit hier in een wijnhuis. Het zit helemaal vol binnen en er hangt een alcoholdamp. Mensen praten en zitten te eten, het is echt de perfecte plek om te gaan schrijven. Volgens mij ben ik redelijk bekend binnen Zwolle. Sommige mensen groeten me op een manier alsof ze me kennen, vrolijk en enthousiast. Ik ken hen nauwelijks, niet echt, gewoon sporadisch, wellicht een beetje van gezicht. Ik heb een whisky besteld, moet er toch een beetje tussenuit springen heh, in het Wijnhuis. Ik heb ook een gekke regenboogjas aan. Ooit van mijn moeder gekregen. Ik zal eens met een gitaar in de stad gaan spelen in deze jas en met een slobberbroek aan. De sfeer gaat goed hier binnen, het is echt ouderwets gezellig hier. 'Het is een econoom heh, een businessman.' hoor ik ze praten.
   Ik ben nu ondertussen drie weken aan het werk, bij een postkantoor. Het is echt een leuke baan met collega's die allemaal wel iets hebben. Eén heeft het Tourette syndroom en ik zag hem z'n tong uitstekken naar voorbijgaande hardloopsters. 'Dat vind ik wel leuk.' zei hij en stak z'n tong uit alsof hij een clitoris likte. Soms komt er tijdens het sorteren ineens het geluid van een blaffende hond uit. Of een kalkoen. Dat is Roderick zijn tourette syndroom. Een beste kerel is het, hij rookt sjekkies en heeft een brilletje, dun van stuk. Hij heeft gewoon een normaal gezicht maar soms ineens trekt ie een gekke bek en dan is zijn gezicht weer normaal. Dan is er die rooie, met krullen. Hij praat constant op een sarcastische toon naar mensen en zegt dan tegen zijn collega dat 'ie met z'n dochter gaat. 'Hey Marcel.'
   'Ja?'
   'Ik heb je dochter geneukt.'
   Hij zei in de pauze tegen een collega die zich mengde in het gesprek: 'Houd je bek joh, kutwijf.'
   'Hou zelf je bek joh. Ik laat mij toch geen 'kutwijf' noemen.' Ze kregen ruzie en gingen bekvechtend uit elkaar door de teamleider. Ik moest het vaakste met hem samenwerken, dan fietsten we een rondje door de wijk en sorteerden de post eerst. Hij had een koptelefoon op en droeg een trainingsbroek. Hij begon te praten over homo's en de 'ziekte' die zij hadden. 'Nee zo ben jij niet.' zei Marcel die rechts van mij stond.
   'Ja zo ben ik wel. Die mensen hebben een ziekte. Ik heb niks tegen de persoon zelf, maar wel tegen hetgene dat zij hebben.' Tijdens het rondje in de wijk kwamen we iemand met een ouderwetse jaguar tegen. Hij stond z'n auto te poetsen. We waren een beetje aan het ouwehoeren en toen zei ik iets tegen die vent, en hij zei terug: 'Heil.' en stak zijn hand in de lucht. Het leek wel alsof iedereen besmet was met een vleugje adolf. Ze waren helemaal gek. Ik zat er tussen. Tussen de nazi's. Wat een kutvolk. Alhoewel, die Gio is wel een beste vent. Hij heeft er waarschijnlijk zijn redenen voor. Hij belde met een vriend die zwart was en vertelde allerlei dingen tegen Yusuf. Hij was Somalisch. En nu heb ik geen zin meer om verder te schrijven. Het was Gio. Het was Yusuf. Zhao. Allemaal eigenzinnige lui, collega Mark en Jelle. Er was in ieder geval wel het een en ander. Met Zhao, de japanner met de grote wenkbrauwen, kun je prima praten. Hij zegt: 'Kipkapsalon.' en stelt allemaal tenten voor die goed zijn. Ik heb er zonet eentje getest en stond aan de kassa: 'Ik heb deze tent aangeraden gekregen en ben net helemaal vanaf het centrum hierheen komen lopen. Ik wil wel een kapsalon.'
   Hij lachte: 'Kip of kalf?'
   'Kip? Kalf? Kalf.' Ik bestelde een kalfskapsalon en pinde.
   'Grote dürüm!' riep iemand door de zaak. Hij keek me aan.
   'Nee.' zei ik.
   'Kapsalon groot!'
   'Ja.' zei ik.
   Hij stond voor me en ik vond hem er niet lekker uitzien. Hij was nogal vettig. Maar ik vrat hem op en de smaak was niet super. De patat was wel knapperig, maar het vlees was niet lekker. Dus ik zei: 'Smaakt goed!' en liep de zaak weer uit. Ik ging in de wind op een bankje zitten, het was denk ik nul graden, ik keek naar de flatgebouwen en de lichtjes, over het water. Er waren golfjes en bussen reden voorbij. Ik trok een halve liter blik bier open en zette mijn mond aan het aluminium. Ik besloot te blijven zitten ondanks de tyfuskou. De mens moet soms leiden om de fijne dingen meer te waarderen. Ik lurkte  van m'n bier en keek om me heen. Ik keek gewoon en voelde de vrijheid. Niemand zat op me te wachten, niemand die aan m'n kop zeurde. Gewoon het moment en de droge wind op m'n wangen. Ik zit nog steeds in het restaurant. Ik dronk m'n biertje op en begon terug te lopen. Ik liet alles komen en gaan, liep door het donker. Keek naar de auto's lampjes en infrastructuur en dacht aan hoe deze maatschappij opgebouwd was en draaide. Er waren mensen die 'hoi' zeiden. Ik was eenzaam. Ik keek naar kinderen die voorbij fietsten en lachte zo goed mogelijk naar ze en ze kregen een lach op hun gezicht en fietsten door. Het was iets goeds wat ik heb kunnen doen vandaag. Glimlachen naar mooie vrouwen die me de liefde terug gaven. Er was Yusuf, die me veel vertelde. Hij was vanochtend m'n collega die me inwerkte en zei: 'HEK!@' hij zei alleen maar 'HEK!@' en lachte. 'HEK!@' Hij zei: 'Bij die... HEK!@' Hij leek nogal blij. Het was een blije man. Hij was zwart van kleur. Hij fietste vaak voor me uit en gaf me wat brieven die ik in de bus moest doen. Hij, Yusuf, was geen simpele man. Hij belde zijn zoon en zei dat die van de spelcomputer af moest gaan en naar de moskee moest.
   Ik heb wel zin om even uit te gaan vanavond. Is er nog iets te doen?
   Ik ga lekker nnar huis, het wijhuis uit. En lekker een biertje drinken op de bank met een filmpje op. Of nog even naar jacks. Ik ga nog even naar Jack's.

Reacties