Een gedachte aan mijn wandeling in Zweden
Ik zit achter de computer op mijn kamer en hoor de klok tikken. Mijn armen liggen op het toetsenbord en mijn vingers weten waar de letters zitten. Er klinkt rustige muziek. Ik zit te mijmeren over een boottocht in Zweden toen ik door een vriendelijke man op zijn speedboot naar de volgende plek werd gebracht waar ik m'n wandeling vervolgde. Ik stond op van m'n stoeltje en spreidde m'n armen en voelde me levend met de wind tegen m'n lichaam terwijl de boot met zestig kilometer per uur over het water scheerde. Voor ons lag de open zee, rechts de kust en links kleine rotsachtige eilandjes met een paar dennenbomen en schapengras. De man droeg een roze polo, een khaki korte broek en een zonnebril. Hij was een jaar of vijftig met korte grijze haren. Hij bracht me naar een klein verlaten haventje met één vissersbootje aangemeerd aan een langgerekte stijger en een havenhutje. Er waren twee mensen aan het suppen. Het was een warme ochtend maar ik had nog een hele dag te wandelen. Het zeewater was echter een graad of twaalf. 'Bel me als je nog eens een lift nodig hebt' zei hij terwijl hij zijn hand als telefoon op z'n oor legde. Ik zei thanks tegen de man en liep vanaf de steiger naar de bosrand toe terwijl ik m'n handen op m'n broekspijpen legde. Er hoorde iets te zitten wat er niet zat, een gevoel van paniek overviel me. Ik draaide me om en zag dat de man op de boot al in de richting van de zee gedraaid was en het gas indrukte. Het water gutste agressief naar achteren om de boot naar voren te vuren. 'Waaaaait!' blèrde ik.
De man keek gelukkig om.
'My phone!' ik zag hem liggen op het stoeltje naast hem.
'You lucky bastard.' zei hij en pakte de telefoon en overhandigde hem.
'Thanks.' We groetten elkaar voor de tweede keer en vervolgden onze wegen, ik veegde het zweet van m'n voorhoofd; dat was kantjeboord.
Via haven Hummelvik liep ik het bos in en al snel hield het pad op. Ik wist van mapy.cz, een verbeterde versie van google maps, dat er even verderop een wandelpad lag. Maar daarvoor moest ik eerst door een berg van dooie bomen banjeren. De takken schuurden langs m'n blote benen en maakten schrammen en ik struikelde een paar keer en belandde plots in een kortgemaaid gazonnetje tussen alle dennebomen. Even verderop, naast een huis liep een man, en vanaf daar zou ik op het wandelpad moeten belanden. Ik voelde me hoogstens ongemakkelijk maar besloot te doen alsof ik verdwaald was. Ik liep naar het huis. 'Goh zeg! Ik hier?' zei ik en keek eens om me heen, daar lag een moerassig meertje verdekt onder het riet. 'Mooie vijver.' zei ik.
'Wat doe jij in mijn tuin?' vroeg de man.
'Sorry, ik ben slechts een verdwaalde passant. Ik moet naar het wandelpad.'
'Je staat in mijn tuin.' zei hij weer. Zijn blik was strak naar mij gericht, hij vertrok geen spier. Ik wist dat ik fout zat. Ik liep door en zei nogmaals 'Sorry.' en belandde op het wandelpad. Onderweg kwam ik langs een huis waar ze gratis flessen met water hadden neergelegd voor wandelaars. Ik nam het ervan, goot een fles leeg over mijn gezicht en dronk een andere fles leeg, pakte nog een fles en stopte het in het zijnetje van m'n tas. Attent van die mensen, gewoon al om te denken aan de wandelaars. Ik wist niet dat het vijfhonderd kilometer lange pad zo vaak bewandeld werd; het was een oranje pad die van Stockholm met een omweg naar Stockholm liep. Het bleek wel dat het veel bewandeld werd want een kilometer verderop lag een dunne lange man met blond haar en brede wandelschoenen in het gras, pal in de zon. Hij leunde met zijn hoofd op zijn tas en had een doekje over zijn gezicht. Ik vroeg me af of hij uitgedroogd of uitgeput was. 'Hey.' zei ik.
Hij tilde het doekje lichtjes op waardoor er wat zonnestralen op z'n gezicht vielen.
'Gaat het?'
Hij ging rechtop zitten en leunde met zijn rug op zijn tas. 'Ja ik ben oké.' Hij gaf me een ietwat beknepen glimlach die ook een beetje van een grimas in zich droeg.
'Verderop is een huis met gratis water.' zei ik.
'Ik weet het, ik kom daar ook vandaan.'
'Ah, dus je moet dezelfde kant op?'
'Ja.'
'Oké.'
Hij zette zich af van zijn tas en hurkte op met een geluidje: 'Joepa.' en stond. Hij liep het zondoorschijnende dennenbos in. Ik liep achter hem aan, en vanaf dat moment liepen we samen verder. We liepen achter elkaar aan, keken naar de oppervlaktewortels die een soort trappetje vormden op het heuvelachtige pad. 'Hoe heet je?' vroeg ik.
'Ola. And you?'
'Fred. Hoe lang ben je al aan de wandel?'
'Ik loop alleen dit weekend. Daarna ga ik weer naar huis.'
'Oh, je bent een weekendwandelaar!'
'Ja, ik moet een beetje fit worden want ik ga binnenkort een soort cachecompetitie doen.'
'Wat is dat? Ik bedoel, ik ken dat cache spelletje wel maar hoe maak je daar een competitie van?'
'Het is niet echt cache maar het lijkt er op. Het is in Bulgarije in een natuurgebied, waar de caches radiosignalen uitstralen en op die manier kunnen we ze vinden. Degene die na een week de meeste caches heeft die wint de competitie.'
'Wauw, dus dan ben je echt in je eentje in de natuur en kampeer je dan ook in het wild?'
Zijn kuiten waren lang en dun. Daar keek ik naar. 'Ja, het gaat om wandelen, zoeken, kamperen, overleven. Ik ga samen met een vriend, dus we zijn met z'n tweeën.'
Bij een open plek op een rots hielden we een pauze en aten we wat. Beneden ons gaapte een rustige oneindige oceaan die zachte golfjes sloeg op een strandje van nog geen tien meter. Tussen twee rotsen wasten drie mensen zich naakt in het koude water. Er kwamen nog twee wandelaars van de andere kant. Ola at gedroogd voer uit een blits zakje dat hij in een pannetje stopte op een gaspitje en met water vermengde. Hij klapte een vorklepelmes open en roerde zijn eten, dat veranderde in een rood papje van tomatensaus met bonen. 'Ik heb nog twee zakjes van dit spul. Ze hadden een aanbieding van vijf zakjes voor twintig euro. Dus ik dacht, die moet ik hebben. Het is bergwandelaarsvoer voor mensen die de Mount Everest beklimmen. Ik heb het van de Decathlon.'
'Ja, die hebben echt heel veel. Het is echt een fijne winkel. Maar jij wandelt dus om fit te worden?'
'Ja, maar ook om de prestatie.'
We keken over de zee uit. 'Ik wandel omdat ik het leuk vind.' In het begin had ik even het gevoel dat dit niet leuk zou worden, maar ik vond de passie een dag later en rook vanaf die dag de zoete geur van koekjes. Ik wandelde ook om af te vallen. In de ochtenden at ik niet en wandelde tien tot vijftien kilometer, en in de avond nam ik een warme maaltijd en deed de volgende dag weer hetzelfde. Dus ik kreeg zo'n duizend calorieën per dag binnen en verbrandde er vier tot zesduizend per dag. Ik zag mijn buik met de dag krimpen. Die positiviteit maakte me krachtig waardoor ik nauwelijks merkte dat ik voeding te weinig kreeg. Dit vertelde ik ook aan Ola.
'Eet jij niet?'
'Nee.' ik legde mijn handen op mijn buik en schudde het heen en weer. 'Er zijn nog zat reserves.'
Dat was een goed moment om verder te lopen. Hij trok zichzelf naar boven met een persende: 'huppake!' en stond. 'Ja, als je oud bent moet je herstellen.' zei die.
'Heb jij weer!' zei ik, 'Ik kan een dag wandelen en voel de volgende ochtend niks meer.'
'Heeft ook met fitheid te maken.' zei die getergd, omdraaiend om het feit dat hij ouder was. Hij was dunner en langer. Hij liep meestal voor me en soms liep ik voor. Het gebied was heuvelachtig en rotsachtig. We kwamen bij een begraafplaats aan waar ze soldaten van een middeleeuwse oorlog tussen Zweden en Denenmarken hadden begraven. Het waren de overgebleven restanten van een ruïne maar er lagen vooral een paar stenen in de vorm van een vierkant. Het waren stenen, alles was steen. Er waren bomen, rotsen en vooral veel bosbessen. Overal groeiden bosbessen en vaak frambozen. We aten ervan. 'Bloedsuiker.' kermde Ola. Hij plukte veel frambozen en at ze op. We liepen alweer een paar uur met elkaar, heuvel op, heuvel af. 'Pfff' steunde hij. 'We zijn bijna bij een kraan.' zei ik, het stond aangegeven op mapy.cz. We hadden ondertussen al twintig kilometer gelopen en waren uitgedroogd. Het was spierpijn. 'We hebben in Zweden een kever.' begon hij, 'deze kever verstopt zich onder de bast van bomen en nestelt zich in het hout en graaft zich daar in. Dan heeft hij daarvoor een holletje, en normaalgesproken overleven ze de winter niet. Maar nu het warmer is geworden overleefd deze kever de winter en sterven de bomen af. Hele bossen gaan dood door deze kever.' En inderdaad, toen ik om me heen keek zag ik de naaldloze dennenbomen.
We kwamen bij de kraan aan en spoten het water over elkaar heen. Hij bij mij, ik bij hem. Flessen met water gingen leeg en ik dronk zeker twee liter; je wist in Zweden nooit wanneer je de volgende kraan tegen zou komen, en of je nog wel in een bewoond gebied terecht gaat komen. Ola kwam dat niet meer, die zocht een plekje naast de zee, op een rots waar hij zijn tent neerzette. We stopten en gaven elkaar een hand om deze ietwat droge ontmoeting te beëindigen.
Ik liep verder in de hoop een goede plek te vinden voor mijn hangmat. Ik kwam uit in een klein dorpje, had vooral zin in een beetje levendigheid dus besloot er heen te lopen. En al snel kwam ik in het centrum terecht. Daar waren een paar cafeetjes en een foodtruck die zijn eigen geïmproviseerde terras had afgerasterd. Dit afrasteren moesten ze doen in Zweden, dat was een wet omdat ze anders geen bier mochten verkopen; je mag namelijk geen bier drinken in het openbaar. Supermarkten mogen ook alleen alcohol onder de 3,5 procent verkopen vanwege het grote alcoholmisbruik waar Zweden vroeger mee kampte. dus creëerden rijdende kraampjes hun eigen terrassen. Ik liep er omheen en de ingang was moeilijk te vinden, er was geen ingang. Dus ik klom eroverheen. er stond een kale man achter de toonbank. 'Wat doe je in Zweden?'
'Wandelen.'
'Waarom ga je dan niet naar Noorwegen?'
'Omdat ik surströmming wil eten.' Surströmming is gefermenteerde vis. Mensen gaan al over hun nek bij de geur ervan, er worden dan ook veel challenges mee gedaan door Youtubers en het is populair bij vriendengroepen die gek willen doen.
'Hahahaha. Dat heb ik helaas niet. Ik heb wel Elandvlees.'
'Doe dat maar, een stuk Elandvlees en een stoer stark (grote bier).'
Hij zat te grappen met iedereen, had een schort voor en zijn armen over elkaar heen geslagen terwijl hij een groot slagersmes vast had. Hij bracht me het eten en ging tegenover me zitten. 'Dit vlees heb ik zelf geschoten. In de winter, wanneer er geen toeristen komen, ga ik de bossen in, op jacht naar Eland.' Hij had alcoholistische wallen onder zijn ogen, maar straalde een charismatisch zelfvertrouwen uit. Hij dronk een biertje met me mee en liet zijn vrouw en dochter in de truck. 'Waar ga je morgen heen?'
'Kolmården.'
'Oh daar zijn veel dieren.' zei die.
Ik moest lachen. 'Wat doen al die dieren daar?'
'Daar is de grootste dierentuin van Zweden.'
Ik had er nooit iets van gezien, blijkbaar gemist. We praatten een poos over vlees en zijn leven. 'Waarom zijn jullie tot negen uur geopend?' vroeg ik.
'Omdat ik op tijd thuis wil zijn. Ik moet nog een heel eind rijden.' Waar we waren op de kaart, was een groot estuarium, een delta van wel vijftig kilometer lang vanaf waar de rivier eindigt tot waar de zee begint. En de overkant van deze baai was slechts drie kilometer. En er was een pont die tot tien uur de oversteek maakte. Dus wilde de beste man deze pont halen. Zijn vrouw en dochter waren ondertussen klaar met schoonmaken. 'Ik ga maar weer eens aan het werk.' zei hij en stond op, liep rechtop met zijn borst vooruit langzaam naar zijn foodtruck. Ik at mijn vlees op en ging terug naar de hangmat die ik eerder opgehangen had tussen twee bomen op een rots naast een badplaats. Ik maakte een vuurtje en rookte een paar sigaretten, keek uit over de baai en zag de gouden zon ondergaan.
Ik had enorme pijn op de plek waar mijn liezen langs mijn geschoren scrotum schuurden. Ik kreunde en steunde en liep met wijde benen alsof ik in m'n broek had gepoept. Ik jammerde en stond vaak even stil om vervolgens weer een paar stappen te zetten om mijn onderbroek over de schuurplekken te trekken om weer een paar moeilijke stappen te zetten. Waarom moest ik zo nodig mijn prostaat scheren. Dit moest ik oplossen. Op een openbaar strandtoilet bekeek ik de plekken en schrok me rot. Het was knalrood, bloederig alsof de huid opengehaald was na een sliding op een kunstgrasveld, en er zaten vellen los. Ik had het moeilijk en voelde me hulpeloos omdat ik verder moest wandelen, er waren in dit verlaten gebied geen bussen. Ik pakte mijn EHBO kit en vond: pleisters, blarenpleisters, betadine, een tandenborstel, schapenvet en een watje. Ik besloot het met schapenvet te doen en smeerde de plekken in met de hoop het meer te laten glijden, maar belangrijker, ik besloot dat het afgelopen was met dat gejammer. Ik trok m'n broek aan en accepteerde de pijn van het wandelen. Het gebied was gevuld met bossen en links de zee, het pad was wortelig. De pijn ook, het wortelde in mijn broek maar mijn ziel was gefocust met mijn blik naar voren en mijn aandacht bij de volgende stap. Zo vergat ik de pijn en kon ik me bezighouden met mijn slaapplek, die ik vond aan de zee. Twee bomen waren synchroon aan elkaar boven de zee gegroeid. Dat was mijn plek omdat de muggen bij het zoute water weg zouden blijven. Waar het normaalgesproken een muggenfestijn was, waren ze deze avond weggebleven. Ik maakte een knus kampvuurtje in een stenenrondo en zette een pannetje op het vuur met water dat zo drinkbaar was uit een stroompje. De twee bomen deden het uitzicht lijken op de lijst van een schilderij. Met alle denkbare schakeringen paars kreeg de hemel een aurora achtige gloed vermengd met heldere sterren. Ik zocht de grote beer en hoorde het water zachtjes borrelen op het vuur. Ik had er wat dennentakjes in gedaan en liet het even trekken tot thee. Met m'n benen rustig over elkaar heen lag ik met een uitgeput voldaan gevoel in stilte over de zee uit te kijken. Ik hoopte dat deze avond nooit voorbij ging. Ik dacht aan de theorie van Tolstoy, die schreef dat een mens moest lijden om de ziel te dienen zodat hij in de avond rust had. Dit was vanavond waarheid.
De volgende ochtend waste ik me in de zee en schoor mezelf. Ik was bevrijd van schuurpijnen en zette consistente stappen naar de volgende plek, Kolmården. Het landschap was veelal hetzelfde als de afgelopen dagen, met dennenbossen, heuvels en grote ovaalvormige rotsen en wandelpaden gemaakt van uit de grond gekropen boomwortels. Ik had nog niets gegeten na anderhalve dag toen daar plots een enorme kersenboom stond vol met de prachtigste grootste bordeauxrode kersen. De takken spreidden zich over een korrelig schelpenstrandje en ik had honger. Dus ik sprong op om een tak te pakken en alle kersen die het droeg in m'n mond te stoppen. Vijf tegelijk, nog vier, plus drie. Ik plukte ze en zoog ze van het steeltje. Ik was veranderd in een vreetmachine, alles waar ik bij kon belandde in mijn mond. Het zoete sap dat er uit stroomde wanneer ik het tegen m'n gehemelte plette smaakte verfrissend maar zo zacht en teder. Ik veranderde in een kers toen ik de vijftigste met pit en al doorslikte. Ik begon een lichtelijk ongemak in mijn maag te voelen, een verzadigd opgeblazen gevoel. Ik at nog een paar kersen, bedankte de boom en wandelde naar Kolmården. Hier kwam ik op een camping, een grote camping met trekkershutjes op de heuvel, campers, een voetbalveldje en een zwembad. Ik hing m'n hangmat op in een koeienweiland zodat ik gebruik kon maken van het sanitair maar niet hoefde te betalen voor een tentspot. Ik vroeg aan het meisje of dat mocht en ze stemde in, ze zei dat er ook een supermarkt was in dit dorpje. Het was een kronkelig weggetje tussen huizen door, naar een grote weg en naar een supermarkt. Ik kocht gezonde producten en maakte een pannetje curry voor mezelf in de keuken van de camping, zoete aardappel met een andere mysterieuze knolachtige groente. Het was echt lekker geworden. Daarna bestelde ik een paar grote biertjes en genoot van het zitten op een terras met een zonsondergang.
Ik had me voorgenomen om naar Göteborg te wandelen vanaf waar ik was. Ik bekeek het van dag tot dag, maar het enige dat me nerveus maakte was dat ik maandag over twee weken weer punctueel op werk moest verschijnen. Ik had nog twee weken de tijd om allerlei dingen te ondernemen in dit prachtige land. Ik was vrij! Maar het wandelen ging me goed af en bracht me plezier en geluk, in ieder dorpje waar ik doorheen liep dacht ik: 'hier zou ik wel eens willen wonen.' Maar mijn buik was nog niet klein genoeg. Ik voelde mijn vetrollen en speelde ermee alsof ik er trots op was. Ik zette mijn eerste stappen na een moeilijke nacht. Er gingen die ochtend honderden negatieve, destructieve gedachten door me heen. Het pad stond vol brandnetels en bramen en liep langs een spoorweg. Ik voelde me depressief en afgetakeld, waar ik vaker last van heb gehad in mijn leven. Ik wilde op die momenten nooit door, maar heb geleerd dat dat juist nodig was. Ik zette een paar nieuwe stappen na een grote suïcidale gedachte, maar die viel in het moment. Er kronkelde een kreekje in een levendige groene omgeving, kleine watervalletjes met het geluid van stromend water. Het pad liep langs dit kreekje omhoog, bruggetjes bolwerkten een weggetje, twee tegenliggers liepen voorbij. Ik was weer genezen door de holistische kracht van de natuur.
Het pad liep langs een lange rechte weg waaraan enorme roodgekleurde boerderijen rustten tussen tarwevelden. De zon scheen frontaal tegen m'n gezicht en verwarmde het asfalt waardoor er een hittegloed boven het wegdek waasde. Links lag de rustige zee, afgesloten door riet en planten. Mijn voetzolen gloeiden en tintelden bij iedere stap. Mijn knieën schuurden.
De navigatie stuurde me naar een smal paadje langs een kanaaltje die in de zee uitmondde. Het was een drassig brandnetelpad dat in een bosje terecht kwam, waar mijn oude bekende vriend: de mug weer opdook. Ik krijg alweer jeuk als ik er aan denk. Maar deze keer was het er niet één, ze kwamen in zwermen op me af. Ze waren niet weg te slaan. Het was alsof ik in een achterstandswijk van de natuur terecht was gekomen. Een verrotte balk van iets dat een bruggetje was geweest weerhield me er niet van om om te keren. Ik liep met m'n armen gespreid zo stil mogelijk over die balk. Ik kon me vasthouden aan een dun takje dat zachtjes heen en weer waaide met de wind. Nog een paar stapjes en ik zette voet aan de overkant. Als ik logisch had nagedacht had ik kunnen weten dat dat bruggetje al jaren lang niet meer in gebruik was, dus had ik kunnen weten dat het pad daarna ook niet meer in gebruik was. Ik was in de wildernis tussen de muggen beland en durfde niet meer terug. Ik probeerde via de locatie van m'n telefoon op het pad te blijven. Maar de realiteit was een stuk wreder; de begroeiing werd dichter met bramen, vuurdoorn, brandnetels en gladde waterplassen. Nee, dacht ik. Was er dan niemand die dit pad even had kunnen bosmaaien? Waarom had een mens hier überhaupt ooit een pad gemaakt; zodat hij met zijn verrekijker rustig op een stoeltje kon zitten muggen observeren, hoe die beestjes op je huid gaan zitten, een paar stapjes zetten, even wachten; zit ik op de juiste plek, ja, en dan hun naald in je vel boren en je bloed naar binnen zuigen. Slurp slurp slurp. Nee, niemand, behalve ik. Want ik lag op de grond omdat ik gestruikeld was over een tak. De muggen dansten om mijn lichaam. Verdomme dacht ik, lig ik hier... hier in Zweden... De ironie bracht me op de been. Ik stapte maar gewoon vooruit, gaf niks meer om de schrammen en brandnetels en doorns die me prikten. Het zuiden. Na een paarhonderd meter ongemak kwam ik bij een huis. Opgelucht als ik was liep ik over het paadje langs de tuin toen er boos en hard geblaf van achter de schutting vandaan kwam. Een hond rende dol heen en weer. Hij wilde me waarschuwen voor waar hij toe in staat was. 'Pas d'r op' blafte hij berispend met zijn tanden. Ik klopte m'n lichaam af en liep via het tuinpad van m'n vader naar de weg. In de zon droogde mijn broek en schoenen langzaam weer op, liep bij een haven waar grof puin werd gestort en zwaaide naar een man in een pick-up-truck. Hallo! Ik kwam in de buitenwijken en het industrieterrein van Norrköping. In een enorme supermarkt kocht ik ontsmettingsdoekjes, zeepjes en wat cola. Ik ging op een grasheuveltje in de berm liggen en deed m'n ogen dicht. Ik zou zo in slaap kunnen vallen van de warmte en tintelingen die door m'n benen gingen.
Norrköping was een leuk oud stadje met gele huizen en een sterk stromende rivier die door het centrum kronkelde waar mensen met vishengels stonden te zwaaien. Ik zwaaide terug.
Bij de receptie van het hotel kreeg ik m'n pasje mee en legde ze van alles uit. Maar ik wilde gewoon zo snel mogelijk op m'n bed liggen. Het was een luxe kamer met een tweepersoonsbed en uitzicht op de binnentuin. Mijn kleren waren smerig en bezweet, ik trok ze uit en wierp ze in de douchecabine en sprong met een opverend plofje op m'n bed. Ik zakte weg als in een bad van rozen en dons. Maar ik wist mezelf er uit te trekken en besloot met m'n schrijfboekje en een stoer stark nog even in de serre van het restaurant te gaan zitten. Tegenover me zaten een paar mensen druk te praten, ik had ook wel zin om te praten. Ik schreef het op: 'Praten.' toen een mevrouw met pornoblond haar mij naar haar tafel wenkte. Ik stond op, bedacht me niet en er werd plaats gemaakt. Aan de overkant zat een mevrouw met dreadlocks op schoot bij een mollige man. Ze zoenden en toen ze klaar waren, zei ze: 'Je hebt een vriendin.' en sloeg hem speels tegen zijn buik. De mevrouw met het pornoblonde haar zat naast me en stelde me vragen: 'Waar kom je vandaan?' 'Wat doe je in Zweden?' 'Wat is je favoriete dramaserie?' 'Hoe oud ben je?' 'Hou je van Zweden?' Heel haar gezicht lachte liefdevol naar me. Ik kreeg ineens ideeën.
We praatten over liefde, Zweden en surströmming.
'Zei er iemand surströmming?' een man van een andere tafel stond op.
'Hij wil surströmming proberen.' zei m'n vrouwtje.
Hij kwam naar ons toe. 'Je moet het absoluut op de juiste manier doen, anders kun je het weggooien.' (dat was hoe de meesten het deden, die kregen het niet eens in hun mond.) 'Je moet het als eerste altijd buiten openen, nooit binnen. Leg het op een broodje met een beetje mosterd en kaas en wat tomaatjes en leg daar de surströmming op, neem kleine stukjes. En dan is het nog steeds niet lekker, maar ja, dat is hoe deze delicatesse gegeten wordt.'
'Ik heb het geprobeerd.' zei m'n vrouwtje, 'Maar toen zei m'n maag: uh uh.' ze draaide haar gezicht van nee. 'en toen ging het zo weer omhoog. Hahaha.'
'Ik moet echt pissen.' zei de man. 'Fijne avond.' en hij liep via de serre het restaurant in.
'Ik ga even roken.' zei het blonde vrouwtje en liep naar buiten.
Het polygame stelletje tegenover me zoenden en toen ze klaar waren draaide ze haar bek naar mij toe en zei: 'Zou jij niet even mee gaan?'
Ik wist niet goed wat ik moest doen maar wellicht was het gewenst in deze situatie, dus liep ik achter haar aan. Ze stond aan de overkant van de straat. Ik liep er heen en vroeg haar: 'Waar zou jij graag nog eens heen willen reizen?'
'Ik ben een oudere vrouw, maar ik verlang zo naar intiem contact met een man, Ik zou graag een caravan willen delen met iemand, samen slapen, lieve woordjes praten.' Ze nam een hijs van haar sigaret en wachtte op m'n antwoord.
Ik wist het niet zo goed, ik had nu de kans om haar uit te nodigen in m'n kamer, maar in plaats daarvan zei ik: 'Ik hoop dat je zo iemand vind.'
Ze keek droevig naar beneden.
Shit, ik had het verkloot. Ik had de kans om met haar naar bed te gaan. Ik keek ook naar de grond. We zouden samen een leuke nacht hebben gehad, de volgende ochtend wakker worden, een eitje eten met een kopje koffie in het restaurant, de dag vervolgen in een spa na een stads tour, daarna Zwemmen in de rivier en barbecueën met de vissers naast een kampvuurtje.
'Ik ga weer naar binnen.' zei ze jammerlijk.
'Ik heb een tweepersoonsbed!' onderbrak ik haar lopen.
Ze aarzelde even en zei toen: 'Ik ga opzoek naar die man.' en liep naar binnen.
Ik liep teleurgesteld het restaurant in waar groepen jongeren zaten; een mooi meisje met een prachtige donkerrode jurk zei: 'Hej' tegen me en lachte er bij.
Ik zei 'Hej' en liep door, voordat ik uitgenodigd kon worden voor een drankje. Ik was moe en wilde naar bed. Ik ging mijn rozenbad opzoeken. Ik sliep die nacht in een lange droomloze slaap.
De volgende dag was een rustdag. Het was druilerig weer dus ik besloot om lekker op bed te blijven liggen
Reacties
Een reactie posten