Een gedachte aan mijn wandeling in Zweden

 Ik zit achter de computer op mijn kamer en hoor de klok tikken. Mijn armen liggen op het toetsenbord en mijn vingers weten waar de letters zitten. Er klinkt rustige muziek. Ik zit te mijmeren over een boottocht in Zweden toen ik door een vriendelijke man op zijn speedboot naar de volgende plek werd gebracht waar ik m'n wandeling vervolgde. Ik stond op van m'n stoeltje en spreidde m'n armen en voelde me levend met de wind tegen m'n lichaam terwijl de boot met zestig kilometer per uur over het water scheerde. Voor ons lag de open zee, rechts de kust en links stonden kleine rotsachtige eilandjes met een paar dennenbomen en schapengras. De man droeg een roze polo, een khaki korte broek en een zonnebril, hij was een jaar of vijftig met korte grijze haren. Hij bracht me naar een klein verlaten haventje met één vissersbootje aangemeerd aan een langgerekte stijger en een havenhutje. Er waren twee mensen aan het suppen. Het was een warme ochtend maar ik had nog een hele dag te wandelen. Het zeewater was echter maar een graad of twaalf. Ik groette de man en liep vanaf de steiger naar de bosrand toe terwijl ik m'n handen op m'n broekspijpen legde. Er hoorde iets te zitten wat er niet zat, een gevoel van paniek overviel me. Ik draaide me om en zag dat de man op de boot al in de richting van de zee gedraaid was en het gas indrukte. Het water gutste agressief naar achteren om de boot naar voren te duwen. 'Waaaaait!' blèrde ik.
   De man keek gelukkig om.
   'My phone!' ik zag hem liggen op het stoeltje naast hem.
   Hij schoot in de lach en pakte m'n telefoon. 'You lucky bastard.' zei hij en overhandigde mij m'n telefoon.
   'Thanks.' We groetten elkaar voor de tweede keer en vervolgden onze wegen, ik veegde het zweet van m'n voorhoofd; dat was kantjeboord.
   Via haven Hummelvik liep ik het bos in en al snel hield het pad op. Ik wist van mapy.cz, een verbeterde versie van google maps, dat er even verderop een wandelpad lag. Maar daarvoor moest ik eerst door een berg van dooie bomen banjeren. De takken schuurden langs m'n blote benen en maakten schrammen en ik struikelde een paar keer en belandde plots in een kortgemaaid gazonnetje tussen alle dennebomen, even verderop, naast een huis liep iemand, en vanaf dat huis zou ik op het wandelpad belanden. Ik vond het hoogstens ongemakkelijk maar besloot te doen alsof ik verdwaald was. 'Goh zeg! Ik hier?' ik keek eens om me heen en zag een moerassig meertje verdekt onder het riet. 'Mooie vijver.' zei ik.
   'Wat doe jij in mijn tuin?' vroeg de man.
   'Sorry, ik ben slechts een verdwaalde passant. Ik moet naar het wandelpad.'
   'Je staat in mijn tuin.' zei hij weer. Zijn blik was strak naar mij gericht, hij vertrok geen spier. Ik wist dat ik fout zat. Ik liep door en zei nogmaals 'Sorry.' en belandde op het wandelpad. Onderweg kwam ik langs een huis waar ze gratis flessen met water hadden neergelegd voor de wandelaars. Ik nam het ervan.

Reacties