Als laatste over de finish
Zaterdagmiddag in de trein, Gimon tegenover me met een broodje cashewpasta. Ja, hij is er zo één. 'Cashewpasta zit vol met nutriënten.' zegt hij belezen.
'Gefeliciteerd met de overwinning van GroenLinks trouwens!'
'Dankjewel, we heten niet meer GroenLinks.'
'Oh ja, progressief Nederland.'
'Ja, wat vind je van die naam?'
'Veel te rechts.' Ik nam een hap van m'n tonijnpasta.
'Te rechts? Ik heb rechtsere namen gezien. De partij van de Vrijheid bijvoorbeeld.'
'Vrijheid klinkt aardig links moet ik zeggen. Vrijheid hadden we na de oorlog.'
'Het is juist de bedoeling om te liegen over vrijheid in de politiek. Iedere partij die het tegen het volk heeft over vrijheid bedoeld het tegenovergestelde.'
'Oh, en heeft links het dan nooit over vrijheid?'
'Links spreekt de waarheid. Wij zijn altijd transparant naar het volk, wij praten het volk niet naar de mond.' zegt hij vurig. 'Vrijheid wordt bij ons niet over gesproken want dat is iets onvoorwaardelijks. Iedere partij die vrijheid beweerd, heeft malafide plannetjes omdat ze blijkbaar vinden dat we in een democratie niet vrij zijn.'
'Geloof je dat?'
'Nee.'
'Haha jawel.'
'Ja, oké. Het is dan wel een rotpartij, maar het is wel een partij die je kunt vertrouwen.' zegt hij met een sarcasme in zijn stem en een harde 't' van trouwen. 'Het is zo'n partij die je door en door probeert uit te wissen in de plannen maar die altijd weer op komt zetten als onkruid.' Er waren verschillende mensen die naar ons keken en met hun oor in de vorm van een schelp naar ons toe gedraaid zaten. Ik was er van onder de indruk. Ik had nog nooit iets nuttigs gezegd tot op dat moment. Ik moet namelijk een goed oor hebben en ik moet namelijk blij zijn met wat er gezegd wordt. Het was Simon die wat zei. 'Ey Freddie!' roept hij alsof hij voetbalsupporter is, zit tegenover me in een Go Ahead Eagles trui. Hij hapte naar zijn broodje maar miste. Zijn motoriek zenuwstelsel gaf duidelijk verstoorde signalen af, want zo'n makkelijke handeling gaat normaal gesproken goed. Hij hapte nogmaals. Raak! Ik juichte voor hem. 'Gimon!' riep ik.
Hij slikte door. 'Maar even over vrijheid nog. Ik geloof niet dat zo'n partij werkelijk vrijheid nastreeft voor iedereen. Deze gast zit alleen maar angst te zaaien en volgens mij is het een stuk nuttiger om een positief vooruitzicht voor te stellen.'
'Ja, dat vind ik wel! Ik vind wel dat GroenLinks... Progressief Nederland, het positief bekijkt.'
'Precies.' De trein stopte in Zutphen, we stapten over op een boemel in de richting van het Oosten. Gimon las m'n verhaaltje met een genoeglijke blik, af en toe trok z'n mondhoek iets omhoog en z'n ogen gingen scannend over het verlichtte telefoonscherm. 'Haha, kantjeboord.' leuk.
'Nee dat is eigenlijk niet zo goed want dat is voorkauwen.'
'Nee is juist leuk.' Hij las heel snel, alsof hij op zoek was naar belangrijke informatie uit een psychologisch lesboek. Ik vond dat hij de tijd moest nemen om de zinnen doorgrondig te lezen, maar zei het niet tegen em. 'Wil je graag doorlezen?'
'Ah ik heb een spanningsboog van een platgereden egel.'
'Ik wil dat je door leest. Ga die boog maar trainen.'
Op station Lochem konden we geen OV-fiets vinden, dus restte ons een voettocht van een aantal kilometer, die Gimon uiteraard wilde rennen. Ik vertrouwde erop dat we een lift gingen vinden die ons naar de start van de tien kilometer zou brengen; maar eigenlijk wilde ik gewoon niet rennen en mijn energie bewaren voor straks. Met onze duimen in de lucht renden we alsnog. En net toen we er eigenlijk al waren, stopte er iemand. Ze heette Esther in een klein autootje, speelde Franstalige Gerard Cox muziek en was goed voor ons. 'Ja, Gimon.' zei ik, 'we gaan dit doen. We gaan dit doen voor Esther.' Ik kon er niet tegen dat dit zo geforceerd positief moest zijn. Ik had er ook echt geen zin in, zag er tegenop met mijn honderd kilo en 1meter75. Gelukkig had ik getraind... niet dus. Dus daar stonden we, achteraan aan de start, waar we gedurende de hele race bleven. We liepen achter twee mooie vrouwenbillen, wat een extra stukje motivatie bracht. De hele race was over zware zandpaden, voetpaden, heuvels, door bos, grasweiland, tussen korenlanden, en dat onder een doorschijnend cirruszonnetje van zo'n zestien graden. Gimon gaf iedereen die die kon een high five. Alle jongens in roze hesjes achter afzetlint die daar stonden om ons de juiste kant op te sturen, werden behighfived door Gimon. De eerste vijf k gingen wel, en bij de tweede ronde renden we nog steeds achter dezelfde billen, we waren zelfs met ze in gesprek geraakt. 'Hoi bil, waar kom je vandaan?'
'Uit grootmoeders luie stoel. We zaten daar de hele avond in de verdrukking.'
'Maar nu ben je vrij!'
'Hoezéé!' ze bewogen blij langs elkaar heen, eerst de ene bil wat hoger, dan de andere, en zo ging dat een aantal kilometer door. We liepen een hele poos gelukkig achter elkaar aan, totdat de krachten begonnen weg te vloeien en ik een stuk moest lopen. De billen bewogen de diepte in. 'Blijven joggen.' zei Gimon, 'doe het voor Esther.'
Als een trage stoommachine kwam ik weer op gang. Ik bleef mijn koppie in de lucht houden en zweefde tussen de bomen door. 'Wat een mooie vormen hebben die takken toch.' zei Gimon
'Een boom is zo hoog.' We zochten naar alle woorden die iets met hoogte te maken hadden en noemden die op. 'Lucht, vliegt. Vrij, Kruin. Lamp.' Het was therapie, zodat we niet naar de grond keken en verzonken in verzuring. Het einde was in zicht, nog een kilometer. De finish leek in beeld, maar dat was bedrog. Er was nog een eindklim van een meter of honderd. Ik kon niet meer en liep wandelend de berg op, werd ingehaald door één van de twee billen. 'Samen over de finish!' zei Gimon en stopte voor mij. 'Je moet blijven joggen. Blijf joggen.' Ik perste er een laatste inspanning uit, viel bijna over een uitgestoken boomwortel, m'n benen waren zo zwak dat ze gevoelloos waren geworden. De racecommentatoren riepen onze namen, we bereikten omhelzend de finish. Hoera! We waren beiden één na laatste geworden. Bekers water gingen over m'n hoofd, er lagen bergen met winegums op de tafel, Gimon greep z'n grijphand er doorheen en propte z'n mond vol. 'Bloedsuiker.' brulde hij. En zei, lopend naar het restaurant: 'Dit heeft me zo geholpen toen ik uit mijn psychose klom. Ik voel me zo goed en meditatief tijdens het hardlopen, zonder hardlopen was ik er niet doorheen gekomen, therapie op therapie, maar dit, dit was mijn echte therapie. Je kijkt om je heen en beweegt je lichaam, ik word er zo positief van!'
'Ja het is ook echt zo.' Ik keek voor me uit. Iedereen zat er behoorlijk doorheen, met de koppies over gebogen.
'Weet je dat bijna niemand weet hoe het is om uit een dal te klimmen? Ze klimmen wel op, maar niet vanuit een dal, de klim naar de top is even lang dan die van ons diep was.'
'En we hebben de top nog lang niet bereikt! We mogen nog klimmen, Gimon, we gaan voor die top.' Ik werd lichtelijk depressief van m'n eigen uitspraak. 'Maar de top, zoals Daniël Lohues in een lied beschrijft, is niet altijd de weg van het meeste geluk.'
Hij lachte: 'Zo mag ik het horen Freddie.'
'Wat gaan we drinken?' vroeg ik.
'nulpuntnulletjes!'
Het werd het lekkerste nulpuntnulletje die ik in lange tijd prikkelend door m'n keel voelde glijen, zuiver en vies maar zo vloeibaar en fris, een licht citrusaroma uit een gecondenseerd glas. 'Ik vond het best leuk, ik zou dit graag weer willen doen.' zei ik.
Gimon keek op van z'n telefoon. 'Echt? Dan gaan we ons inschrijven voor een andere loop.'
'Ja, door het bos.'
'In Epe is er ook één binnenkort. Waar is dat?'
'Bij Apeldoorn.'
'Oh!'
'Een tientje?'
'Ja.. of nee.. Ja?' Gimon keek weer op z'n telefoon. Het magische moment was weer voorbij. Ik voelde me zo voldaan. ''T is net als drugs.' zoals m'n vader ooit remidiërend zei. Hij wist het allemaal wel.
In de bus zat ik naast de grote rapper Gimon, die eer had ik. Hij keek uit het raam, verzon in zijn hoofd nieuwe lines om te spitten met een freestyle. 'Yo we zitten, spitten, vergeten het verleden, denken doen we niet we zitten in het nu. Tussen nu en straks, we zitten in de haze. Ik vrees, dat het gevoel me steekt op de beat, in de heat, je denkt wel maar je weet het niet, je kijkt wel maar niks dat je ziet...'
Ik probeerde het ook maar kon er niks van: 'In de bus, uit de bus. Een penis, een vrolijke Frans want daar gaat Ans met een oorbel in haar krans... Janpieterbob zit verstopt, hij wacht tot z'n leverworst gefopt.' Echt, ik schaamde me dood. De bus reed over de snelweg en Gimon liet me z'n lied op spotify horen: 'Fear taking over.' We waren vermoeid maar het was wel een leuk nummer. We gingen nog even aan het werk in Gimon's moestuintje, waar hij een paar Aardbeienplantjes voor had gekocht. Moes moes, groentemoes, rabarbermoes, compote, preien, uien, frikandellenboompje. Ik kreeg er honger van. Dus kreeg een broodje cashewpasta en een lekker colaatje van Gimon. Met de handen in de grond naar de vogeltjes luisteren en zwaaien naar de andere moestuiniers. We staken een arcade aan stokken in de grond om later een netje over te hangen zodat de vogels en beestjes niet bij de aardbeien konden. En op de fiets naar het station zei Gimon: 'Yo Freddie, je zou even een groep aan moeten maken met alle muzikanten die je in de band wilt hebben zodat we je nummers allemaal eens op kunnen nemen. Ik zie echt gebeuren dat jij je album gaat maken, dan moet je even een plan hebben met je liedjes en dan kunnen we daar aan gaan werken.'
'Thanks mister Gimon. Ga ik doen. Koop jij dan een basgitaar zodat je in de band kunt? Was me een waar genoegen deze dag met je te beleven.'
'Zeker was gezellig.' we zeiden elkaar gedag en Gimon sloeg links af en verdween uit het zicht als een goeie vriend.
'Dankjewel, we heten niet meer GroenLinks.'
'Oh ja, progressief Nederland.'
'Ja, wat vind je van die naam?'
'Veel te rechts.' Ik nam een hap van m'n tonijnpasta.
'Te rechts? Ik heb rechtsere namen gezien. De partij van de Vrijheid bijvoorbeeld.'
'Vrijheid klinkt aardig links moet ik zeggen. Vrijheid hadden we na de oorlog.'
'Het is juist de bedoeling om te liegen over vrijheid in de politiek. Iedere partij die het tegen het volk heeft over vrijheid bedoeld het tegenovergestelde.'
'Oh, en heeft links het dan nooit over vrijheid?'
'Links spreekt de waarheid. Wij zijn altijd transparant naar het volk, wij praten het volk niet naar de mond.' zegt hij vurig. 'Vrijheid wordt bij ons niet over gesproken want dat is iets onvoorwaardelijks. Iedere partij die vrijheid beweerd, heeft malafide plannetjes omdat ze blijkbaar vinden dat we in een democratie niet vrij zijn.'
'Geloof je dat?'
'Nee.'
'Haha jawel.'
'Ja, oké. Het is dan wel een rotpartij, maar het is wel een partij die je kunt vertrouwen.' zegt hij met een sarcasme in zijn stem en een harde 't' van trouwen. 'Het is zo'n partij die je door en door probeert uit te wissen in de plannen maar die altijd weer op komt zetten als onkruid.' Er waren verschillende mensen die naar ons keken en met hun oor in de vorm van een schelp naar ons toe gedraaid zaten. Ik was er van onder de indruk. Ik had nog nooit iets nuttigs gezegd tot op dat moment. Ik moet namelijk een goed oor hebben en ik moet namelijk blij zijn met wat er gezegd wordt. Het was Simon die wat zei. 'Ey Freddie!' roept hij alsof hij voetbalsupporter is, zit tegenover me in een Go Ahead Eagles trui. Hij hapte naar zijn broodje maar miste. Zijn motoriek zenuwstelsel gaf duidelijk verstoorde signalen af, want zo'n makkelijke handeling gaat normaal gesproken goed. Hij hapte nogmaals. Raak! Ik juichte voor hem. 'Gimon!' riep ik.
Hij slikte door. 'Maar even over vrijheid nog. Ik geloof niet dat zo'n partij werkelijk vrijheid nastreeft voor iedereen. Deze gast zit alleen maar angst te zaaien en volgens mij is het een stuk nuttiger om een positief vooruitzicht voor te stellen.'
'Ja, dat vind ik wel! Ik vind wel dat GroenLinks... Progressief Nederland, het positief bekijkt.'
'Precies.' De trein stopte in Zutphen, we stapten over op een boemel in de richting van het Oosten. Gimon las m'n verhaaltje met een genoeglijke blik, af en toe trok z'n mondhoek iets omhoog en z'n ogen gingen scannend over het verlichtte telefoonscherm. 'Haha, kantjeboord.' leuk.
'Nee dat is eigenlijk niet zo goed want dat is voorkauwen.'
'Nee is juist leuk.' Hij las heel snel, alsof hij op zoek was naar belangrijke informatie uit een psychologisch lesboek. Ik vond dat hij de tijd moest nemen om de zinnen doorgrondig te lezen, maar zei het niet tegen em. 'Wil je graag doorlezen?'
'Ah ik heb een spanningsboog van een platgereden egel.'
'Ik wil dat je door leest. Ga die boog maar trainen.'
Op station Lochem konden we geen OV-fiets vinden, dus restte ons een voettocht van een aantal kilometer, die Gimon uiteraard wilde rennen. Ik vertrouwde erop dat we een lift gingen vinden die ons naar de start van de tien kilometer zou brengen; maar eigenlijk wilde ik gewoon niet rennen en mijn energie bewaren voor straks. Met onze duimen in de lucht renden we alsnog. En net toen we er eigenlijk al waren, stopte er iemand. Ze heette Esther in een klein autootje, speelde Franstalige Gerard Cox muziek en was goed voor ons. 'Ja, Gimon.' zei ik, 'we gaan dit doen. We gaan dit doen voor Esther.' Ik kon er niet tegen dat dit zo geforceerd positief moest zijn. Ik had er ook echt geen zin in, zag er tegenop met mijn honderd kilo en 1meter75. Gelukkig had ik getraind... niet dus. Dus daar stonden we, achteraan aan de start, waar we gedurende de hele race bleven. We liepen achter twee mooie vrouwenbillen, wat een extra stukje motivatie bracht. De hele race was over zware zandpaden, voetpaden, heuvels, door bos, grasweiland, tussen korenlanden, en dat onder een doorschijnend cirruszonnetje van zo'n zestien graden. Gimon gaf iedereen die die kon een high five. Alle jongens in roze hesjes achter afzetlint die daar stonden om ons de juiste kant op te sturen, werden behighfived door Gimon. De eerste vijf k gingen wel, en bij de tweede ronde renden we nog steeds achter dezelfde billen, we waren zelfs met ze in gesprek geraakt. 'Hoi bil, waar kom je vandaan?'
'Uit grootmoeders luie stoel. We zaten daar de hele avond in de verdrukking.'
'Maar nu ben je vrij!'
'Hoezéé!' ze bewogen blij langs elkaar heen, eerst de ene bil wat hoger, dan de andere, en zo ging dat een aantal kilometer door. We liepen een hele poos gelukkig achter elkaar aan, totdat de krachten begonnen weg te vloeien en ik een stuk moest lopen. De billen bewogen de diepte in. 'Blijven joggen.' zei Gimon, 'doe het voor Esther.'
Als een trage stoommachine kwam ik weer op gang. Ik bleef mijn koppie in de lucht houden en zweefde tussen de bomen door. 'Wat een mooie vormen hebben die takken toch.' zei Gimon
'Een boom is zo hoog.' We zochten naar alle woorden die iets met hoogte te maken hadden en noemden die op. 'Lucht, vliegt. Vrij, Kruin. Lamp.' Het was therapie, zodat we niet naar de grond keken en verzonken in verzuring. Het einde was in zicht, nog een kilometer. De finish leek in beeld, maar dat was bedrog. Er was nog een eindklim van een meter of honderd. Ik kon niet meer en liep wandelend de berg op, werd ingehaald door één van de twee billen. 'Samen over de finish!' zei Gimon en stopte voor mij. 'Je moet blijven joggen. Blijf joggen.' Ik perste er een laatste inspanning uit, viel bijna over een uitgestoken boomwortel, m'n benen waren zo zwak dat ze gevoelloos waren geworden. De racecommentatoren riepen onze namen, we bereikten omhelzend de finish. Hoera! We waren beiden één na laatste geworden. Bekers water gingen over m'n hoofd, er lagen bergen met winegums op de tafel, Gimon greep z'n grijphand er doorheen en propte z'n mond vol. 'Bloedsuiker.' brulde hij. En zei, lopend naar het restaurant: 'Dit heeft me zo geholpen toen ik uit mijn psychose klom. Ik voel me zo goed en meditatief tijdens het hardlopen, zonder hardlopen was ik er niet doorheen gekomen, therapie op therapie, maar dit, dit was mijn echte therapie. Je kijkt om je heen en beweegt je lichaam, ik word er zo positief van!'
'Ja het is ook echt zo.' Ik keek voor me uit. Iedereen zat er behoorlijk doorheen, met de koppies over gebogen.
'Weet je dat bijna niemand weet hoe het is om uit een dal te klimmen? Ze klimmen wel op, maar niet vanuit een dal, de klim naar de top is even lang dan die van ons diep was.'
'En we hebben de top nog lang niet bereikt! We mogen nog klimmen, Gimon, we gaan voor die top.' Ik werd lichtelijk depressief van m'n eigen uitspraak. 'Maar de top, zoals Daniël Lohues in een lied beschrijft, is niet altijd de weg van het meeste geluk.'
Hij lachte: 'Zo mag ik het horen Freddie.'
'Wat gaan we drinken?' vroeg ik.
'nulpuntnulletjes!'
Het werd het lekkerste nulpuntnulletje die ik in lange tijd prikkelend door m'n keel voelde glijen, zuiver en vies maar zo vloeibaar en fris, een licht citrusaroma uit een gecondenseerd glas. 'Ik vond het best leuk, ik zou dit graag weer willen doen.' zei ik.
Gimon keek op van z'n telefoon. 'Echt? Dan gaan we ons inschrijven voor een andere loop.'
'Ja, door het bos.'
'In Epe is er ook één binnenkort. Waar is dat?'
'Bij Apeldoorn.'
'Oh!'
'Een tientje?'
'Ja.. of nee.. Ja?' Gimon keek weer op z'n telefoon. Het magische moment was weer voorbij. Ik voelde me zo voldaan. ''T is net als drugs.' zoals m'n vader ooit remidiërend zei. Hij wist het allemaal wel.
In de bus zat ik naast de grote rapper Gimon, die eer had ik. Hij keek uit het raam, verzon in zijn hoofd nieuwe lines om te spitten met een freestyle. 'Yo we zitten, spitten, vergeten het verleden, denken doen we niet we zitten in het nu. Tussen nu en straks, we zitten in de haze. Ik vrees, dat het gevoel me steekt op de beat, in de heat, je denkt wel maar je weet het niet, je kijkt wel maar niks dat je ziet...'
Ik probeerde het ook maar kon er niks van: 'In de bus, uit de bus. Een penis, een vrolijke Frans want daar gaat Ans met een oorbel in haar krans... Janpieterbob zit verstopt, hij wacht tot z'n leverworst gefopt.' Echt, ik schaamde me dood. De bus reed over de snelweg en Gimon liet me z'n lied op spotify horen: 'Fear taking over.' We waren vermoeid maar het was wel een leuk nummer. We gingen nog even aan het werk in Gimon's moestuintje, waar hij een paar Aardbeienplantjes voor had gekocht. Moes moes, groentemoes, rabarbermoes, compote, preien, uien, frikandellenboompje. Ik kreeg er honger van. Dus kreeg een broodje cashewpasta en een lekker colaatje van Gimon. Met de handen in de grond naar de vogeltjes luisteren en zwaaien naar de andere moestuiniers. We staken een arcade aan stokken in de grond om later een netje over te hangen zodat de vogels en beestjes niet bij de aardbeien konden. En op de fiets naar het station zei Gimon: 'Yo Freddie, je zou even een groep aan moeten maken met alle muzikanten die je in de band wilt hebben zodat we je nummers allemaal eens op kunnen nemen. Ik zie echt gebeuren dat jij je album gaat maken, dan moet je even een plan hebben met je liedjes en dan kunnen we daar aan gaan werken.'
'Thanks mister Gimon. Ga ik doen. Koop jij dan een basgitaar zodat je in de band kunt? Was me een waar genoegen deze dag met je te beleven.'
'Zeker was gezellig.' we zeiden elkaar gedag en Gimon sloeg links af en verdween uit het zicht als een goeie vriend.
Reacties
Een reactie posten