Mond wassen
Een grap is altijd het beste als hij uit het niets komt, of wanneer iemand onbewust is van de grap die hij maakt. Veilig ben je nergens, je kunt altijd onbewust ergens de grap maken. Wanneer je misselijk bent en het ligt zo zwaar op de maag maar je vraagt om een glaasje water. Dat krijg je van de juf, je neemt een slok, dat vloeit naar binnen, maar het diafragma perst het net zo hard weer naar boven. Voor een klaslokaal vol kijkende leerlingen spuug je de hele vloer en een deel van de tafel van Stijn onder het maagzuur. Het is rozengeur en maneschijn, magenschijn. Het is stil, doodstil in de klas, totdat juf Ria compassieloos over mijn duizeligheid het woord neemt: 'Jij gaat nu je mond wassen en je excuses aan Stijn aanbieden en dan ruim je die troep op!' En je schaamt je de tyfus terwijl je de plassen opruimt met ongemakkelijke afdroogpapiertjes en al je leeftijdsgenoten die toekijken. Wat is dan de grap? De grap is dat dit niet de eerste keer is geweest dat ik m'n mond moest wassen. Eerder kwamen mondwassingen wel vaker voor onder basisscholieren. Ik kon nooit mijn bek houden. Ik moest vaker voor de klas staan en mijn mond met zeep wassen als ik weer iemand had uitgescholden. Ik had ooit de rector uitgescholden voor klootzak. Die keer moest ik het zelfs met een schrobber doen. Nou, ik was helemaal in m'n element, schrobben en schrapen en ik zag mezelf helemaal in de spiegel. Zeep smaakte ontzettend goor, smakeloos alsof je op rauwe tabak zit te kauwen. Het prikkelt nog uren na op de tong, die walgelijke kefir-chemische nietssmaak.
Iets dat zo smerig is, zou niks met het menselijk lichaam te maken moeten hebben, en toch wordt het dagelijks op de huid aangebracht. Dit gaat in de huid zitten en wordt opgenomen door de huid. Zeep heeft niks met natuurlijke producten te maken waar we van oorsprong aan gewend zijn. Vroeger wasten we ons in modder en water, en dat was schoon genoeg. Ik leerde dat allemaal tijdens mijn eerste zeepsopervaring. Ik was een bommetje zeep geworden. Ik was een schoonmaakblokje geworden. Men kon met mij poetsen. Al stelde ik me niet heel poetsbaar op, ik was ook totaal niet blij. Ze lieten mij zeep vreten.
Na schooltijd vertelde ik dit aan mijn moeder, die al naar haar telefoon greep. Ik kon haar niet tegenhouden politie Salland te bellen. 'Ja. Met Anne Nikkels.' Ze klonk nogal fel. 'Mijn zoon heeft vanochtend op school gedwongen door zijn lerares een slok zeepwater moeten nemen.' - 'OBS Oud Avereest.' - 'Groep vier.' - 'Juf Hanneke.' - 'Dit pik ik dus echt niet. Ik wil mijn zoon van deze walgelijke school af hebben. Wat is dit voor een troep. Je gaat toch godverdomme geen kinderen verg...' - 'Ik ben rustig!' - 'Luister, ik wil dat jullie morgen naar die school toe gaan en ervoor zorgen dat die heks ontslagen wordt.' - 'Bedankt.'
'Tja, bedankt, mam.'
We waren net verhuisd, twee kilometer verder dan eerst, waardoor ik tussen de middag moest overblijven. Het was altijd gezellig, een uur lang eten en spelen, wat was er nou mooier dan dat? Ik verheugde me altijd zo op die middagen, lekker alle energie kwijt tijdens een potje voetbal, overlopertje, tikkertje, voetjes van de vloer, pingpong en andere spelletjes. Maar die middag was alles anders. Er stond een rood-blauw gestreepte politieauto voor de deur. Ik kon het beeld maar niet van m'n netvlies afkrijgen. Van een afstandje werd juf Hanneke begeleid door twee politiemannen voor het schoolplein afgevoerd naar de auto. Ze slofte geboeid voor de mannen uit, had zich overgegeven. Ik was geobsedeerd door dat beeld. Ik had nog nooit zoiets in het echt gezien, alleen voor tv, waar in het nieuws wel eens zo'n crimineel voor de camera liep, met dikke worstige wenkbrauwen, zo'n schuldige blik in de ogen, zo'n Harry figuur.
We kregen die middag vrij van de rector, klootzak... Nee. Goeie vent.
Reacties
Een reactie posten