dagje in Hamburg
Ik zit in een barretje waar het gezellig druk is en de tafels zijn van hout en er staan twee speciaalbiertjes naast me. Tijd om te typen, tijd om vandaag te archiveren, tijd om het licht van de dag op papier te zetten.
Vanochtend werd ik vroeg wakker, ik moest mezelf uit bed sleuren om geld in een automaat te stoppen wat op mijn kaart zou komen waarmee ik de duur van mijn verblijf met een nacht kon verlengen. Ik vond geen automaat en na meerdere keren vragen was ook de Duitse Sparkasse niet instaat om mijn honderd euro cash op te vreten en op m'n kaart te zetten. Ik moest het van buitenaf zien te krijgen, en dan is er altijd mijn bewindvoerder die zit te zeiken over de zogenaamd gemaakte afspraken. 'We hadden niet afgesproken, heh, dat jij nu überhaupt in Hamburg was, dus ik ga je niet steunen.'
'Je gaat me op straat laten slapen?'
'Ik bel je vanmiddag terug'
'Maar ik heb het geld nu nodig!'
'Tot vanmiddag.' Bliep bliep bliep
Gelukkig zijn er altijd moeders die willen helpen. Ik voelde me schuldig maar dat gevoel moest ik op de koop nemen.
Het was een drukke dag. Ik liep naar het centrum, bestelde een biertje en voelde me, niet voor het eerst deze vakantie, een ouwe lul die niet meer overeind kwam. Er liepen wat mensen voorbij, ik speelde wat afgezaagde akkoordjes op m'n ukulele en keek wat om me heen. Er keek een vrouwtje mee over m'n schouders naar het gespeel. Ze glimlachte vriendelijk. En ik werd gebeld door de bewindvoerder die met het plan kwam dat ik morgen naar huis zou gaan en dan weer een plan ga maken voor de rest van m'n vakantie. Dat moest dan maar. Ik liep er voor weg en kwam bij een bruggetje aan waar twee gezellige bijbelcursisten me aanspraken. 'Hey! Jij kunt wel met ons mee doen met je ukulele! Er staat hier naast een gast al een half uur hetzelfde liedje te spelen. Ik liet het toe, het waren leuke mensen, onopdringerig en ze gaven me een boekje voor als ik interesse had in de bijbel, had ik niet. Maar ja, uit aardigheid neem je dat boekje maar aan. Dat doe je dan maar. En dan gooi je het vervolgens weer weg. Zo gaan die dingen: je neemt het aan, wat het ook mag zijn: een geurtje van een parfumerie, een kortingskaartje bij de boutique, een daklozenkrant van de man op de hoek, en je gooit het vervolgens weg. Ik speelde een eigengeschreven liedje voor deze mensen en ze vonden het leuk. We zeiden gedag. Toen liep ik langs de muzikant die nu ondertussen al 3 kwartier hetzelfde speelde en probeerde er op in te haken. Het was een in elkaar gekrompen mannetje met een pet, een dikke buik en een paar tanden op een stoeltje met een viool aan een elektronisch speakertje verbonden. Hij lachte steeds vanonder z'n pet, en wanneer hij niet lachte, schudde hij zijn hoofd van nee. Ik speelde mee en hij lachte en schudde van nee. Toen ik wat meer gaf, begon hij ook wat opgewekter te worden, als een ogre die zichzelf uit de lijm van zijn stoel een stukje wist te verschuiven, alsof iets hem losmaakte. Hij lachte en maakte een terecht wegwerpgebaar naar me. Ik ging verderop in de straat zitten spelen. Ik speelde wel wat en ik deed echt mijn best, ik zong zo goed ik kon en gaf echt hart en ziel, maar mensen gunden me geen eens een blik. Ze liepen voorbij in misselijkmakende arrogantie. En als klap op de vuurpijl kwam er een man de menichte uitlopen en duwde zijn camera in mijn gezicht. Ik was verward; wil ie dat ik speel of wat. Toen liet hij zien met wie hij aan het bellen was. Zijn vrouw, en moest ik zijn vrouw hoi zeggen. Ik snapte het niet maar volgens mij bedoelde deze man het goed. Slechts een paar lieve vrouwtjes legden wat geld in het pannetje, wat uitkwam op een totaal van 4 euro 50. Ik was klaar met deze mensen, maar dankbaar voor de liefde van de vrouwtjes. Ik kocht bij de mac donalds twee big tasties van bijna een kilo en vrat ze allebij op. Ik had de hele dag een opgeblazen gevoel en was eerder moe dan dat ik zin had nog wat te doen.
Ik besloot toch maar even naar de Elbe te lopen en kwam onderweg wat goeie mensen tegen die me de weg wezen, naar m'n ukulele wezen en heel enthousiast over mn instrument ptaatten. Zulk soort mensen maken je dag. De mensen die je dag breken zijn degenen die zich schuil houden achter een camper en vragen of je coke wilde kopen. Hij had best een vriendelijke lach voor een donkerafrikaan. Dus ik kwam terug. 'Ja, ik wil wel wat kopen' voor 40 euro zou ik opgelicht worden. Hij liep voor me uit en praatte met wat van zijn Somalische maatjes in een lege straat. Ik bleef op gepaste afstand en de deal ging vrij snel. Ik gaf hem 50 euro em hij gaf me een ttientje met een plastic balletje. Ik nam het aan en bekeek het, daar zat natuurlijk nooit coke in. Maarja, ik nam uet wel mee. Ik dacht aan messen die ze zouden trekken. Iemand zei nog: 'doe je tasje dicht, het geld valt er bijna uit.' Wat eigenlijk best een fijne opmerking was waaruit kon blijken dat het goede mensen waren. Maar ik liep verveeld door en een beetje boos, kocht wat biertjes en liep over de Reeperbahn. Ik gaf iemand m'n ukulele en kreeg hem weer terug. Ik nam de metro naar huis, het hotel, vocht mezelf tussen die junks door. Ze waren allemaal gegroepeerd een straat verder dan het hotel, waar je 6 keer gevraagd werd om seks. 'Nein danke' dus ik stuur wat berichten naar vrouwen op datingsites en we gaan morgen daten. Maar op het nachtkastje lag dat bolletje plastic, die, voor ik het weg zou gooien, voor de zekerheid maar even open zou snijden. En verrek, er zat een geplakt poeder in waar een paar korrels uit vielen. Ik likte aan een korreltje. Dat was duidelijk coke. Dus nu had ik de avond nog.
Ik nam een klein lijntje en werd enorm angstig. Mijn gedachten schoten omhoog: iedereen kotst me uit en ik zal sterven in eenzaamheid. Ik besloot er een paar miligram benzo's op te nemen voor de rust en een stuk te gaan wandelen. Deze combinatie was goud, een lekker rustig gevoel met het zelfvertrouwen van de coke. Ik maakte foto's van mooie monumenten in het donker, zweefde over straat, langs het station en belandde in deze kroeg waar ik een blog schreef.
Bijna vergeten, toen ik in een kiosk stond stond er een inspirerende gast achter de balie. Hij had vermoeide maar ontzettend vriendelijke ogen, hij zei dat hij moe was maar nog de hele avond moest werken. 'Life is not easy man' zei hij. Het inspireerde me dat hij gewoon zichzelf in zo'n reuzenstad zijn hoofd boven water wist te houden, hij is ook maar gewoon onderdeel van de maatschappij maar doet zijn best en draagt zijn steentje bij. Het is niet makkelijk
Reacties
Een reactie posten